Pim Driendijk - Administratiemaatje

Mijn klapperklanten hebben allemaal hun eigen verhaal, zijn bovengemiddeld leuk, interessant en kleurrijk.

Pim Driendijk is al zeven jaar vrijwilliger bij de Vrijwillige Hulpdienst Eindhoven (VHE). Als administratiemaatje heeft hij maar liefst twaalf klanten die regelmatig een beroep op hem kunnen doen. “Klapperklanten” noemt hij ze zelf. Eigenlijk is hij trainer/adviseur van hoogopgeleide specialisten. Maar daar is hij even mee gestopt omdat het te weinig voldoening opleverde. Hij leeft nu van zijn spaargeld. Pim heeft niet veel aansporing nodig om te vertellen waarom hij vrijwilligerswerk doet.

“Ik ben een goede trainer, al zeg ik het zelf, en heb het dertig jaar lang gedaan. Ik kan goed improviseren en goedgevulde managers hele handige dingen leren. Aan het eind van zo’n dag ging iedereen altijd blij naar huis, behalve ikzelf. Ik vroeg me steeds vaker af: ‘Kan ik mijn talenten niet beter inzetten, in deze tijd waarin zoveel mensen vastlopen? Bijvoorbeeld met vrijwilligerswerk dat er echt toe doet’. Ik hoef nu ook niks meer voor te bereiden of bang te zijn dat ze het niet leuk vinden. Ik kijk ’s ochtends in mijn agenda en heb gelijk goeie zin.

Zo’n berg wordt alsmaar groter.

Ik ondersteun mensen die zijn vastgelopen met hun administratie of financiën. Daardoor durven ze de post niet meer open te maken en komen ze steeds verder in de problemen. Die berg post wordt alsmaar groter, letterlijk en figuurlijk. Maar die berg staat nooit op zichzelf. Er gaat iets aan vooraf: mensen zijn depressief, de weg kwijt, psychotisch. Of ze hebben gewoon een plotselinge tegenslag: relatie uit, baan kwijt, en dan overzien ze het niet meer. Gisteren zat ik nog bij een hele leuke jonge vent. Is vorig jaar in een depressie terecht gekomen en heeft sindsdien z’n post niet meer geopend. Dat maakt hem doodzenuwachtig. We zijn gisteren begonnen met enveloppen openmaken en dan valt het ontzettend mee. Het zijn niet zoveel schulden. Dan zetten we een paar stappen en dan begint er iets op gang te komen. Voor sommigen is dat al genoeg om zelfstandig verder te gaan, voor anderen is het fijn dat je wat langer met ze meeloopt. En overal waar ik kom denk ik: ‘Jij zit nu daar en ik zit hier, maar dat had net zo goed andersom kunnen zijn. Het is echt niet zo dat ik kijk naar iets van ‘Tjonge, jonge, dat zou mij nooit overkomen’.

Coaching gebeurt meestal en passant.

In principe ben ik administratiemaatje en geen levenscoach of zoiets. Dat laatste is het werk van de generalisten, de professionals van WIJeindhoven of GGZ. Ik kom voor de administratie en dat vind ik zelf ook fijn. Ik kom niet voor de rest, maar de rest gebeurt dus juist omdat ik er niet voor kom, snap je? Ik zou niet het coachmaatje willen zijn want dan kom ik coachen. Dat legt mij te veel druk op. Nu kom ik alleen voor de paperassen en hoeft er verder niks. Maar als ik met die papieren bezig ben dan kletsen mensen honderduit en zeg ik alleen maar: ‘Oh-ja-joh, oh ja?’ En die mensen zeggen dan bij het afscheid dat ze zo’n fijn gesprek hebben gehad terwijl ik alleen ‘oh ja oh ja’ hebt gezegd. Ik ben niet met hun leven bezig, dat doen ze zelf. Het coachen gaat meestal ‘en passant’. Bij nieuwe aanvragen is de druk hoog en de rotzooi het grootst. Dan moet er acuut gehandeld worden en kom ik soms wel twee keer in de week, maximaal twee uur achter elkaar tenzij ik of de hulpvrager er gek van worden. Maar in andere gevallen is eens in de maand al voldoende. Dan werk ik in tien minuten de maandelijkse overschrijvingen af en drinken we nog een half uur koffie. Dan ben ik de peilstok die af en toe controleert. Heel simpel.

En de gemeente bleef maar brieven sturen.

Ik merk steeds vaker dat ons systeem niet deugt. Het vermaalt mensen. Dat zie je aan alles. Dan kloppen de regels wel, maar is de uitkomst verkeerd. Er is dit voorjaar ook een adviesrapport verschenen over de dolende overheid die de zelfredzaamheid van burgers gruwelijk overschat. Ik zie het om me heen gebeuren en dan kom ik in beweging en ga ik net zolang door tot zo’n dwaling de wereld uit is. Een voorbeeld. Ik help een meneer, een hele vreemde vogel, die een verschrikkelijke bende van zijn administratie had gemaakt. Hij reageerde ook niet op een informatieverzoek van de gemeente want de man had een zware depressie. Het enige wat hij nog deed was pinnen, eten kopen en snel weer terug naar zijn hol. Dat heeft hij volgehouden tot zijn pasje niet meer werkte omdat zijn uitkering inmiddels stopgezet was. Toen vond hij nog een oude creditcard uit zijn goeie tijd. Daar heeft hij nog zo’n driekwart jaar van gepind en geleefd. En pas toen dát stopte merkte hij dat het niet goed met hem ging want hij kon niet meer eten. Zijn uitkering was niet gestopt omdat hij er geen recht op had maar omdat hij nergens op reageerde en dat kwam omdat hij ziek was. In zijn hoofd. Hij had inmiddels een enorme berg schulden opgebouwd want op alle niveaus betaalde hij niet meer. En de gemeente bleef maar brieven sturen. Ik was er nog net op tijd bij om een ontruiming te voorkomen. Alle bezwaartermijnen waren vervallen of overschreden en er was niks meer aan te doen want zo werkt het systeem. Ik heb me daar in vastgebeten, zelfs tegen het advies van een gespecialiseerd jurist in. Uiteindelijk heb ik binnen de gemeente een paar begripvolle ambtenaren gevonden en kreeg de man zijn uitkering uitbetaald met terugwerkende kracht. Meneer heeft alle schulden kunnen aflossen en ik kom nog één keer per maand bij hem thuis. Ben overigens wel de enige die er over de vloer komt.

Ik zoek binnen het systeem naar weldenkende mensen.

Of ik dit werk alleen in Eindhoven kan doen? Nee hoor, elke stad kent deze problemen. Het is alleen wel handig dat ik hier de ambtenarij goed ken. Zijn allemaal aardige mensen hoor, begrijp me goed. Ik wil het systeem ook niet veranderen. Ik zoek mensen binnen het systeem die weldenkend zijn en het hart op de juiste plek hebben. En die zijn er altijd. Ik ontmoet trouwens ook een hoop ambtenaren waarvan ik denk: ‘Wat ben ik blij dat ik jouw baan niet heb, want jij zit in een keurslijf waar je zelf ook niet gelukkig van wordt’. Ik ga wel eens mee naar een verhoor door de sociale dienst. Daar hangt dan zo’n sfeertje van ‘daar komt weer zo’n fraudeur of een potentiele profiteur’. Ik vind het prima dat ze er scherp op letten hoor, en ons gemeenschapsgeld niet over de balk gooien, maar de sfeer die er hangt… De standaard reflex is: ‘als we hier aan toegeven komen ze straks allemaal’.

Het zijn paradijsvogels.

Mijn klapperklanten zijn bovengemiddeld leuk, interessant en kleurrijk. Ze hebben allemaal hun eigen verhaal. Ze passen alleen niet in ons systeem. Dat is bij hen extreem. Ze zijn vreemd, houden zich niet aan de regels, hebben ideeën die anders zijn. Ze rommelen zich door het leven en zullen zich nooit aanpassen. Ze wonen in andere huizen met ander meubilair en andere opvattingen. Het zijn heerlijke rare vogels. Je zou er zo een aflevering van Showroom of Paradijsvogels mee kunnen vullen.”